Interview met Europarlementarier Marietje Schaake

Voor de publicatie Vreihijd, samengesteld door Come Amsterdam, uitgegeven door Castrum Perigrini in het kader van hun Paradox of Liberty-programma en verschenen als bijlage van De Groene Amsterdammer, hield ik een interview met Europarlementarier Marietje Schaake over internet vrijheid.

De geest is uit de fles

Europarlementariër Marietje Schaake is pleitbezorger voor vrijheid op internet

Ze is Europa’s ‘most wired politician’. En dat is een compliment voor Marietje Schaake, Europarlementarier en voorvechter voor internetvrijheid. ‘Als je denkt dat internet een publieke ruimte is, heb je het mis.’ Een interview.

Als een van de jongste leden van het Europese Parlement doorliep de 34-jarige Marietje Schaake (D66) de afgelopen paar jaar een stormachtige carrière. Wereldwijd geldt ze inmiddels als een van de meest vooraanstaande pleitbezorgers op het gebied van internetvrijheid. Op haar initiatief besloot het Europees Parlement afgelopen december een miljoenenfonds in te stellen om de vrijheid op internet te bevorderen. Een van de redenen waarom The Wall Street Journal haar uitriep tot ‘Europe’s most wired politician.’

‘Wil je een samenleving vrijmaken? Geef haar bevolking dan het internet.’ Zei de Egyptische Google-medewerker Wael Gohnim tijdens de de protesten op het Tahrirplein die de Arabische lente inluidden. Kan internet leiden tot een vrijere samenleving?
‘De geest van de vrijheid is uit de fles, en die krijgen we er niet meer terug in. Dankzij internet kunnen ook in dictaturen burgers zich nu beter informeren, organiseren en mobiliseren. Mensenrechtenschendingen kunnen beter dan ooit worden geregistreerd, met dank aan de camera’s op mobiele telefoons. Het monopolie van informatie en macht dat dictatoriale regimes bezaten, is definitief gebroken.’

Maar Internet brengt niet vanzelf vrijheid?
‘Nee. Onderdrukkende regimes maken van diezelfde technologieën gebruik. Activisten uit Iran vertelden mij dat gevangenen tijdens martelsessies geconfronteerd worden met uitdraaien van hun eigen telefoon- en emailverkeer die de geheime diensten hebben verzameld. Of de locatiegegevens van mobiele telefoons doorsturen, die worden gebruikt om samenscholingen op te sporen en vroeg uit elkaar te drijven. Desondanks zegt zelfs iemand als de Chinese dissident Ai Wei Wei dat de geest nooit meer terug in de fles gaat. Mensen zijn slim. Als een afluistersysteem het internetverkeer scant op bepaalde trefwoorden, gebruiken ze codewoorden of synoniemen. Ondanks massacensuur en systematische technologische onderdrukking, komt er uiteindelijk toch meer vrijheid.’

Maar wat betekent die vrijheid op internet? Wat gebeurt er als de dictator is afgezet?
‘Internet kan ook tot nieuwe vormen van populisme leiden. Bijvoorbeeld als boze lezers zich via sociale media en masse tegen een journalist of politicus keren als die iets schrijft wat hen niet bevalt. Er wordt dan gesuggereerd dat iets legitiem is, omdat de meerderheid dat vindt. Maar ook een democratie moet rekening houden met de stem van minderen. Die spanning zie je overigens ook in Nederland. Als je iets zegt omdat je er in gelooft, kunnen er op Twitter zomaar duizenden mensen over je heen vallen. Sommige politici schrikken daarvan. Die denken: ik wil ook herkozen worden. Het maakt ze calculerender.

In Tunesie voelen journalisten zich in toenemende mate bedreigd door campagnes die fundamentalisten tegen hen organiseren via Facebook?
‘Er zijn daar een hoop conservatieve krachten die de hervormingen en nieuwe vrijheden weer terug proberen te draaien. Maar het is ook een land waar de democratische activisten al heel lang – ook onder Ben Ali – tegen de onderdrukking strijden, onder meer via blogs en fora op internet. Die zullen niet zomaar opgeven.’

In 2010 hield Hillary Clinton een belangrijke speech waarin ze ‘internet freedom’ als een nieuw speerpunt lanceerde voor haar internationale beleid: ‘Onze verantwoordelijkheid om de vrije uitwisseling van ideeën mogelijk te maken gaat terug naar de geboorte van onze republiek.’?
‘Maar het is de vraag of ze dat waarmaakt. De ironie wil dat het vaak Westerse technologieën zijn die de onderdrukking in landen als Syrië en Iran mogelijk maken. En dan hebben we het niet over technologieën waarvan de producenten niet wisten dat ze daarvoor gebruikt zouden worden. Het gaat om moedwillige bijdragen aan de onderdrukking. Het Amerikaanse Bluecoat Systems en het Italiaanse Area SpA leverden software aan Syrië die wordt gebruikt om het internet te censureren en mensen eruit te pikken die vervolgens worden opgepakt.’

Dus Clinton maakt mooie sier met lege woorden?
‘De ambitie die ze uitspreekt is belangrijk. Maar de uitvoering bepaalt het succes. Heeft Clinton grip op het ministerie van Defensie? Kan ze op tegen de belangen van Amerikaanse bedrijven? Het kan om enorme bedragen gaan. Ook in Europa speelt dit. Een Italiaans bedrijf was tot voor kort voor Assad een groot monitoringcentrum aan het bouwen. Nokia en Siemens werkten mee aan het opzetten van het mobiele telefoonnetwerk in Iran, inclusief monitoringsysteem.’

Waar doet het Europarlement daar aan?
‘Ik maak mij nu sterk voor een Europees buitenlandbeleid op het gebied van internetvrijheid dat uitgaat van mensenrechten. Punt één op de agenda is: exportlicenties voor bepaalde technologische producten en systemen aanpassen. De export van speelgoed of drinkwater moet voldoen aan allerlei regels, terecht. Maar bij technologie is er geen enkel kader. We moeten nu afgaan op de bedrijven zelf, en die zeggen: het is niet onze bedoeling bij te dragen aan mensenrechtenschendingen.’

In eigen land geven we ook niet altijd het goede voorbeeld?
‘Amerika en ook Europa hebben zeker een geloofwaardigheidsprobleem. Het blokkeren van websites was nog niet zo heel lang geleden bij ons een uitzondering. Een allerlaatste redmiddel voor het bestrijden van zeer zware misdrijven als kinderporno. Maar het gebeurt de laatste tijd steeds vaker. Na kinderporno en terreur zie je nu ook ‘hate speech’ en zelfs het schenden van auteursrechten als argument opduiken om websites af te sluiten.’

En er is druk van het bedrijfsleven?
‘Vooral vanuit de entertainmentindustrie is er een sterke lobby om de controle op internet te vergroten. De Verenigde Staten gaan daarin het verst. In de Stop Online Piracy Act (SOPA) werd voorgesteld om de fundamentele infrastructuur van het internet te wijzigen, zodat hele delen van het internet afgesloten kunnen worden. Dat komt behoorlijk dicht in de buurt van wat China en Iran doen.’

Kan internet ook in het Westen onze vrijheid vergroten? De Amerikaanse president Obama zei vorig jaar: ‘Dankzij Facebook is het politieke debat niet langer eenrichtingsverkeer. Ik ben dol op town hall meetings.’
‘Obama heeft niet helemaal gelijk. Facebook is niet alleen maar vrijheid verruimend, het kan ook beperkend werken. Platforms als Facebook zijn niet democratisch geprogrammeerd. Dat is ook niet het doel. Facebook is een bedrijf dat winst moet maken voor de aandeelhouders. Wat je op Facebook zegt, kan ook weer gebruikt worden voor reclames. Als je denkt dat internet een publieke ruimte is, dan heb je het mis. Want het is in handen van bedrijven. Als je denkt dat Facebook een townhall is, dan heb je het ook mis. Want de gebruikers moeten de winst binnenbrengen.’

De facto zijn platforms als Facebook of Google wel uitgegroeid tot een nieuw publiek domein, waar burgers met elkaar communiceren of zich laten informeren over actuele kwesties.
‘Dat kan problematisch zijn. Als je naar Google kijkt, is het wezenlijk is welke zoekresultaten eerst komen, bijvoorbeeld in tijden van verkiezingen. Maar een controle daarop bestaat nauwelijks. De algoritmes die bepalen wat er bovenaan komt te staan, zijn geheim. Dat roept een hoop vragen op. Is er nog wel voldoende concurrentie en transparantie, is er een alternatief? Hoe verloopt de uitwisseling van informatie precies op internet? We weten daar nu eigenlijk nog onvoldoende vanaf. Ik denk dat toezichthouders als het Commissariaat voor de Media deze ontwikkelingen heel goed in de gaten moeten gaan houden. Wordt het publieke belang in nog voldoende gediend in de manier waarop we toegang kunnen krijgen tot informatie?’

Facebook en Google maken het vooral ook gemakkelijk om gelijkgestemden te ontmoeten. Dragen sociale media zo bij aan een ‘Veronica-vrijheid’: lekker doen waar je zin in hebt, en met de rest van de wereld heb ik niets te maken?
‘Was dat vroeger nou zo heel anders? Gingen de mensen uit de katholieke zuil die hun kinderen naar katholieke scholen stuurden en naar de KRO luisterden, dan heel pro-actief een socialistische krant kopen? Je kunt ook andersom redeneren. Juist door Twitter heb ik meer verschillende contacten dan ooit. Ik zou zonder sociale media nooit in contact gekomen zijn met al die activisten in het Midden-Oosten. Dat werkt twee kanten op: omdat zij mij kunnen volgen op internet, en zien wie ik ben en wat ik heb gedaan, kunnen ze mij ook vertrouwen. Het hangt vooral af van de instelling van de mensen zelf. Natuurlijk kun je je online opsluiten in je eigen groep, maar dan kan offline ook.’

Toch is het de vraag of de technologie ons daarin niet ook stuurt. Websites als Google houden profielen van ons bij, en de informatie die we krijgen is voor een deel gebaseerd op dat profiel?
‘Dat kan er toe leiden dat er een tunnelvisie ontstaat bij internetgebruikers, zonder dat ze het zelf weten. Als jij van tennis houdt, en ik van politiek, en we gaan naar een nieuwssite, kan het zo zijn dat jij straks veel meer tennisnieuws krijgt en ik meer politiek nieuws. Terwijl we allebei denken dat we naar dezelfde voorpagina kijken die iedereen ziet. Dan kan het gebeuren dat je de krant openslaat en niet meer weet dat je in deelwerkelijkheid zit. Zo’n tunnelvisie is lastig te detecteren, maar kan wel grote maatschappelijke gevolgen hebben.’

Daarover hebben we als gebruikers eigenlijk maar weinig te zeggen?
‘Gebruikers hebben meer macht dan ze misschien beseffen. Als iedereen stopt een dienst te gebruiken, is het natuurlijk snel afgelopen. Maar dat is tegelijkertijd ook lastig. Deels omdat er weinig alternatieven zijn. In de toekomst zal het eerder lastiger dan makkelijker worden om hier invloed op uit te oefenen. Wat gaat er bijvoorbeeld gebeuren als Chinese bedrijven aandeelhouder worden van onze telecom- en internetbedrijven? Opkomende economieën als China en India krijgen steeds meer politieke macht. Als je kijkt hoe een land als China omgaat met mensenrechten en digitale vrijheid, is dat geen geruststellende gedachte.’

Rebecca MacKinnon, een Amerikaanse activiste op het gebied van internetvrijheid, stelt dat de telecom- en internetbedrijven niet eenzijdig mogen bepalen hoe de communicatie van de toekomst wordt ingericht?
‘Het is ook een taak van democratisch gekozen politici om de rechten en plichten van burgers te beschermen, ook op dit gebied. Maar het gaat nog vaak mis doordat politici te weinig van deze ontwikkelingen afweten. We zitten nu midden in de discussie over ACTA, een internationaal verdrag waarin landen afspreken om het namaken en kopiëren van allerlei producten te beschermen. Daaronder valt ook de bescherming van auteursrechten op internet. De commissaris die namens de Europese Unie heeft onderhandeld over het verdrag, gebruikt sinds twee maanden email. Dat is typerend.’

Wat staat er op het spel?
‘In juni moeten we daar met het Europees Parlement een oordeel over uitspreken over het verdrag. Het probleem is dat ACTA niet precies regelt hoe de auteursrechten beschermd moeten worden. Platenmaatschappijen, uitgevers, en filmstudio’s willen nu al dat internetproviders in de gaten houden wat mensen op internet doen. Gelukkig heeft een Europese rechter net een uitspraak gedaan dat het monitoren van al het internetverkeer een disproportionele maatregel is om auteursrechten te beschermen. Maar ACTA sluit niet uit dat onze privacy in de toekomst wel op zo’n manier geschonden kan worden. Ik weet natuurlijk wel dat zo’n systeem nooit waterdicht zal zijn. Mensen zijn slim, ze werken eromheen. Maar het is een asymmetrische strijd. De lobby van de entertainmentindustrie is erg sterk.’

Bio Marietje Schaake

2009 Gekozen in het Europees Parlement, lid van de commissie Buitenlandse Zaken Internationale Handel en de commissie Cultuur, Media, Onderwijs, Jeugd en Sport.
Sinds 2007 Lid bestuur Martin Luther King Award Europe; Lid German Marshall Fund Transatlantic Forum on Migration and Integration; Lid British Council Transatlantic Network 2020; Oprichter en bestuurslid American Chamber of Commerce Young Professional Network
2008 Freelance consultant voor onder andere het ministerie van Buitenlandse Zaken
2006-2008 Onafhankelijk adviseur van Wade Henderson (President van de Leadership Conference on Civil Rights) en van Roland Arnall (ambassadeur VS in Nederland), op het gebied van diversiteit integratievraagstukken en moslims in het Westen
2005 Mede oprichter van Inovo BV, investeringsadvies voor projecten in Turkije
2004 MSc Amerikanistiek, Universiteit van Amsterdam. Met een minor Nieuwe Media.
1978 Geboren te Leiden

Deze post is ook beschikbaar in: Engels

Date
This entry was posted on Friday, May 4th, 2012 and is filed under Nieuwe Media, Journalistiek & Civic Media, Nieuws, Publicaties.